Een nieuw wereldbeeld
 

Hier kan men de introductie tot een aantal geesteswetenschappelijke analyses lezen, die Martinus in zijn omvangrijke oeuvre beschreven heeft.

Het bewustzijn van de mensen vormt hun wereldbeeld
In de loop van de geschiedenis hebben de mensen beelden van de wereld gecreëerd. Ze hebben mythen ontwikkeld en religieuze verhalen verteld die een verklaring gaven voor het aanzien van de wereld en voor leven en dood. Elk afzonderlijk wereldbeeld is echter niet alleen een beeld van de wereld, het is ook een beeld van het bewustzijnsstadium dat in de toenmalige samenleving overheerste. Door de ontwikkeling van de wereldbeelden in de loop van de tijd te beschouwen kunnen we de bewustzijnsontwikkeling van de mens volgen – kunnen we de loop van de psyche door de geschiedenis heen volgen. We kunnen volgen dat er wereldbeelden ontstaan en later weer vergaan zijn. Met de beschrijving van een heel nieuw wereldbeeld plaatst Martinus deze bewustzijnsontwikkeling in een allesomvattend perspectief.

De mensheid heeft verschillende beschavingstijdperken doorlopen
Martinus komt met het verrassende inzicht dat deze elkaar afwisselende wereldbeelden een overkoepelend plan volgen – er bestaat een wetmatigheid voor de ontwikkeling van het bewustzijn van de mensheid.

De mens heeft zich door verschillende mythische en religieuze beschavingstijdperken heen bewogen. De vroege tijdperken berustten op opvattingen over oorlog en wraak en op vele goden, terwijl de mensen later één God aanbeden hebben en – tot nu toe gedeeltelijk tevergeefs – geïnspireerd werden om naastenliefde te praktiseren. Nog later in de ontwikkeling heeft een deel van de mensen het vertrouwen in de traditionele godsdiensten met hun oude voorstellingen en opvattingen over de moraal verloren. Dat valt samen met de ontwikkeling van de intelligentie en met het feit dat de praktische ervaringen uit het dagelijks leven een grotere betekenis kregen. De natuurwetenschappen en de humanistische en psychologische theorieën hebben samen terrein gewonnen en een materialistisch wereldbeeld voortgebracht. Dat is volgens Martinus echter niet het eindstadium in de bewustzijnsontwikkeling van de mens. De verschillende bewustzijnsvormen die in de loop van de geschiedenis ontstaan zijn, liggen ten grondslag aan verschillende stadia op de weg van het leven.

 
De ontwikkeling of verandering van de levende wezens schrijdt voort, ook al vinden de mensen soms dat het niet snel genoeg gaat. In onze tijd bevinden we ons echter in een geforceerde ontwikkeling, alles gaat nu sneller dan eeuwen geleden. Daarom wordt de aardse mensheid overspoeld met ervaringsmateriaal. De grote wereldoorlogen, revoluties, werkloosheid, en de vele ziekten, fysiek zowel als psychisch, en de persoonlijke moeilijkheden die ieder mens meemaakt, dat alles draagt ertoe bij dat het verlangen van de mensen naar vrede steeds sterker wordt.
(De mentale koersverandering, Kosmos nr. 21 1972)

Het materialisme heeft geen antwoord op de vraag naar de zin van het leven
Het woord materialisme heeft twee betekenissen. De ene betreft kennis: alleen het materiële wordt als werkelijk beschouwd. De andere betreft waarde: men geeft een hogere prioriteit aan het verkrijgen van materiële goederen boven al het andere. Naarmate de tijd verstrijkt, zal het gebrek aan geestelijke aandacht ertoe leiden dat vele mensen in toenemende mate de dimensie van de zin van het leven uit het oog verliezen. Ze concentreren zich op het ‘dode’, en zullen daardoor na verloop van tijd het gevoel voor het ‘levende’ verliezen. Het materialistische wereldbeeld kan de mensen geen ethisch oriëntatiepunt geven, noch een verklaring voor het lijden in de wereld, noch laten zien waar het in het menselijke bestaan om gaat.

Ervaringen geven kennis en inzicht
Oppervlakkig gezien kan het er voor de mensen uitzien alsof de beschaving en het bewustzijn uit het verleden enkel iets zijn wat een aantal anderen overkomen is – de mensen van vroeger. Met de analyses van Martinus opent zich ondertussen voor het individu en zijn relatie met de omgeving een nieuwe perspectief. Dit individu heeft zijn bewustzijn leven na leven ontwikkeld. We hebben allemaal deel zowel aan het verleden als aan de toekomst. Volgens Martinus is het leven een lang ontwikkelings- en vormingsproject, dat aan elk individu aangepast is. Door de fundamentele contrasten van het leven – vreugde en lijden - te beleven, ontwikkelt de mens zijn bewustzijn. Op grond van onwetendheid maakt hij onvermijdelijk fouten en oogst daardoor pijnlijke consequenties en waardevolle ervaringen.

 

De schatkamer van de wijsheid, de ontwikkeling van de intuïtie

Diep binnen in elk mens laat de rechtstreekse taal van het leven in de opeenvolgende levens zijn sporen na. Deze sporen vormen de essentie van wat het leven is. Zulke essenties verrijken het individuele bewustzijn van de mens. Ze gaan een schatkamer van de wijsheid vormen, en leggen de basis voor het toekomstige gebruik van de intuïtie. De eerste tekenen van het functioneren van de intuïtie zien we bij bepaalde kunstenaars en wetenschappers. Op een veel verder ontwikkeld stadium kan de ethisch hoogontwikkelde en liefdevolle mens zelf verkiezen om zijn intuïtie te gebruiken om de wetmatigheden van het leven te bestuderen, hij kan zijn eigen aandeel in de eeuwigheid beleven en in harmonie met God zijn. Op die manier heeft Martinus zijn levenswerk geschapen en daarmee een nieuw samenhangend wereldbeeld voor de aardse mensen toegankelijk gemaakt. In dit wereldbeeld verschijnt de religiositeit in een nieuwe en intellectuele vorm, die een verdediging voor alle levende wezens vertegenwoordigt.

Verandering van de rolverdeling man-vrouw, seksualiteit en liefde

Martinus voert de consequenties van de overkoepelende levenswetten door tot in de rijke en gefragmenteerde levensbeleving van de moderne mens. Voor Martinus is het geen verrassing dat veel mensen ervaren dat ze niets van het leven weten. De ervaringen die ze oogsten, veroorzaken diepe veranderingen in hun bewustzijn. Steeds meer mensen zullen ervaren dat ze een psyche hebben die niet past bij een traditionele levensstijl en bij de traditionele rolverdeling man-vrouw waarbij er een sterke verdeling is tussen de geslachten. De moderne mens ontwikkelt in toenemende mate vrouwelijke én mannelijke kwaliteiten. Het vrouwelijke licht op in de man en het mannelijke in de vrouw, ze worden dubbelpolig. Dat veroorzaakt veranderingen zowel in de structuur van het gezin en van de maatschappij als in het liefdesleven en de seksualiteit. Er bestaan dus ook verschillende ontwikkelingsstadia op de weg van de liefde en de seksualiteit.

 

Het levende heelal. De ontwikkeling naar een humane wereldmaatschappij
Het perspectief op het leven dat zich aan Martinus openbaarde, was een deel van zijn inwijding in het goddelijke bewustzijn. God is volgens Martinus het heelal in zijn totaliteit en omvat zowel mannelijke als vrouwelijke eigenschappen. Martinus is het eens met de astronomen over het feit dat het fysieke heelal gigantisch is en van elementaire deeltjes tot clusters van melkwegstelsels reikt. Maar hij ziet het heelal als een levend geheel en schept daarmee een geesteswetenschappelijk wereldbeeld. Hij ziet het bewustzijn als de instantie die de ontwikkeling van het leven stuurt – ook de biologische ontwikkeling. De kiem van de verschillende soorten ligt op het geestelijke vlak, geleidelijk aan verschijnen de verschillende soorten, manifesteren hun leven en ontwikkelen zich vanuit wat er op het fysieke vlak mogelijk is. Dat gebeurt in het dierenrijk als een strijd om het bestaan. De mens wordt – zoals in de natuurwetenschap – beschouwd als een levend wezen dat zich ontwikkelt vanuit een dierlijk stadium. Martinus meent echter dat deze ontwikkeling doorgaat; dat de ontwikkeling van ons als mensen nog niet volledig af is. Het ontbreekt ons aan een aantal ervaringen die onder andere ons medegevoel, onze tolerantie, ons sociale inzicht en ons ethische gevoel nog moeten ontwikkelen. Op den duur zal dat leiden tot een rechtvaardige en alliefdevolle wereldmaatschappij – en een nieuw en bewuster contact met God.